Beatnikbibliograaf

Toen ik mijn mentor op de middelbare school vertelde dat ik voor een jaar naar Australië zou gaan, maakte zij zich grote zorgen. ‘Dat is geen normaal leven,’ zo meende ze. Daar had ze natuurlijk gelijk in, maar het leek mij juist een aanbeveling om het wel te doen.

Je leert andere dingen in zo’n jaar, hoor je vaak, maar wat precies wordt er nooit bij verteld. Levenslessen. Het klinkt slechts als een excuus voor de dagen die je doelloos met een afgeragd autootje door de woestijn zwerft, voor de nachten die je op een matras boven de pub doorbrengt, of in een slaapzaal met twaalf backpackers die het beleg van elkaars brood stelen.

Dat was toen. Tegenwoordig rijd ik in een degelijke middenklasser door Zweden. In opdracht van de Koninklijke Bibliotheek zoek ik naar oude Nederlandse boeken voor de nationale bibliografie. Ik slaap afwisselend bij vrienden op de bank, in nèt iets te dure hotels, en in de roodgeverfde Zweedse zomerhuisjes op het platteland. Overdag bezoek ik bibliotheken, ’s avonds speur ik in oude literatuur naar vergeten boeken. Of drink ik whisky in een café. Er wordt mij vaak verteld dat mijn beroep niet bestaat. Familie, vrienden, hypotheekverstrekkers, leidinggevenden, douaniers en anderen die het goed met mij voor hebben, wijzen er graag op dat er geen carrière, geen geld en geen zekerheid zit in een bibliografisch nomadenbestaan. Anders gezegd: ‘Het is geen normaal leven.’

Het is vooral een imagoprobleem. Afhankelijk van degene die tegenover mij zit, kom ik met een andere omschrijving van mijn werkzaamheden: voor de bank ben ik een IT’er, voor de grenspolitie een wetenschapper. Op borrels vertel ik steeds vaker dat ik een beatnikbibliograaf ben. Het woord bestaat niet maar het beroep blijkbaar wel. Ik krijg er zelden vragen over. Waarschijnlijk omdat het gecultiveerde onzin is die we graag horen: een echte baan (bibliograaf) met een gespeeld rauw randje (beatnik).

Het rauwe randje, de vrijheid en de open weg zijn dromen die veel mensen aanspreken. Hadden we allemaal maar zo’n mentor die ons uitlegt waar het niet-normale leven te vinden is. Er schuilt echter een paradox in het begrip beatnikbibliograaf. Tegenover het rauwe randje, het ongeorganiseerde geestvervoerende leven, de snelle auto’s, de mooie meisjes, de jazzmuziek en een grote pan spaghetti van de beatnik staat de beheersing en de burgerlijkheid van de bibliograaf. Hoe kan iemand die met zijn auto een streep door het landschap trekt gestructureerde lijstjes met bibliografische data opstellen?

Een niet-normaal leven vraagt om een strakke organisatie. En een beetje ervaring in het doelloos rondzwerven. Ik zou het mijn mentor uit 6 VWO graag nog eens uitleggen.

Leiden_OlgaRookPhotography_2016-13